De Kelten wisten veel meer over de voordelen van de natuur en konden talrijke wilde planten bewerken.Uit brandnetel maakten zij weefstoffen. Om kleren te verven was de natuur de essentiële kleurenbron.Een zelfgemaakte zalf uit weegbree hielp tegen steken.Om hun manden te weven gebruikten zij plooibare takken van de wilg of van hazelaar.